Sociale identiteitstheorie

Sociale identiteitstheorie - toolshero

In dit artikel wordt de sociale identiteitstheorie praktisch uitgelegd. Na het lezen begrijp je de basis van deze krachtige psychologietheorie.

Wat is de sociale identiteitstheorie?

Sociale identiteit is het deel van het zelfbeeld van een individu dat wordt bepaald door de groepen waarvan een individu deel uitmaakt. De sociale identiteitstheorie werd opgesteld door sociaal psychologen Henri Tajfel en John Turner in 1979. De theorie gaat in op de omstandigheden waaronder de sociale identiteit belangrijker is dan de identiteit van een individu. Daarnaast beschrijft het de verschillende manieren waarop de sociale identiteit groepsgedrag kan beïnvloeden.

Een individu heeft niet slechts een persoonlijke zelf, maar meerdere identiteiten die zijn geassocieerd met hun aangesloten groepen. Een persoon kan zich verschillend gedragen in verschillende sociale contexten, afhankelijk van de groep waartoe iemand behoort. Voorbeelden zijn lidmaatschap van een sportteam, familie in een ander land met een andere cultuur, de buurt waarin iemand woont en vele andere mogelijkheden.

Oorsprong sociale identiteitstheorie

De sociale identiteitstheorie komt voort uit eerder werk van Henri Tajfel. Hierin onderzocht hij de manier waarop perceptuele processen leiden tot stereotypen en vooroordelen. Uiteindelijk leidde dit hem tot het doen naar een reeks onderzoeken die worden aangeduid als minimal-group studies. In de onderzoeken werden de verschillende deelnemers willekeurig in groepen ingedeeld. Hun lidmaatschap was in feite zinloos, maar toch gaven de deelnemers de voorkeur aan de groep waaraan ze werden toegewezen.

Dit toont aan dat groepslidmaatschap zo krachtig is dat simpelweg mensen in groepen indelen voldoende is om aan zichzelf te laten denken in termen van dit specifieke groepslidmaatschap. Ook bleek dat het categoriseren van mensen op een dergelijke manier leidde tot vriendjespolitiek en discriminatie naar leden van andere groepen. Dit bevestigt dat conflicten tussen groepen ook optreden wanneer er geen concurrentie tussen groepen is.

Met deze resultaten stelde Tajfel voor het eerst het concept van de sociale identiteit in 1972. Vervolgens publiceerden Tajfel en zijn student Turner in 1979 de sociale identiteitstheorie.

Cognitieve processen gerelateerd aan sociale identiteit

In de sociale identiteitstheorie worden drie mentale processen beschreven die mensen doormaken wanneer zij classificaties maken van hun in- of uit-groep. Hieronder worden de drie processen toegelicht.

Proces 1: sociale categorisatie

Het eerste mentale proces dat optreedt is categorisering. Categorisering is het proces dat mensen gebruiken om zichzelf in sociale groepen te organiseren. Zij doen dit om zichzelf in staat te stellen de sociale wereld te begrijpen. Dat begrip van de sociale wereld is inclusief henzelf, en wordt gedefinieerd op basis van de groepen waarin iemand zit. Mensen in het algemeen hebben vaker de neiging om zichzelf te definiëren op basis van hun sociale categorieën dan op basis van persoonlijke en individuele kenmerken.

Sociale categorisering leidt vaak tot het benadrukken van overeenkomsten tussen mensen in dezelfde groep en de verschillen tussen mensen in afzonderlijke groepen. Mensen kunnen tot verschillende sociale categorieën behoren, maar een of meerdere categorieën zullen meer of minder belangrijk zijn. Dit is afhankelijk van de sociale omstandigheden van een persoon. Persoon X kan zichzelf bijvoorbeeld omschrijven als zakenman, sportliefhebber en toegewijde vader, maar deze identiteiten komen alleen naar voren als ze relevant zijn voor de sociale situatie.

Proces 2: sociale identificatie

Het tweede proces is sociale identificatie. Dit is het proces van identificatie als groepslid. Door zich sociaal te identificeren met een bepaalde groep, gaan mensen zichzelf gedragen zoals zij vinden dat leden van die specifieke groep zich horen te gedragen. Een persoon kan zichzelf bijvoorbeeld beschrijven als milieuactivist, en leeft dit na door op watergebruik te letten, te recyclen en meedoen met bijeenkomsten voor bewustwording van klimaatverandering. Door dit soort processen raken mensen emotioneel geïnvesteerd in hun groepslidmaatschap. Een bijgevolg van dit fenomeen is dat ook hun gevoel van eigenwaarde beïnvloed wordt door de status van hun groep.

Sociale identificatie kan ertoe leiden dat mensen pro-sociaal gedrag gaan vertonen naar anderen. Voorbeelden hiervan zijn het overnemen van een bepaald dieet, of zelfs gedeelde aankooppatronen aannemen zoals motorrijders. Consumenten hebben dus mogelijk meerdere sub identiteiten die zich in een grotere identiteit genesteld hebben.

Proces 3: sociale vergelijking

Het derde mentale proces is sociale vergelijking. Dit is het proces waarin mensen hun eigen groep met andere groepen gaan vergelijken in termen van prestige en sociale status. Om het gevoel van eigenwaarde goed te houden, moet een persoon zijn in-groep beschouwen als een hogere sociale status dan een uit-groep. Een filmster ziet zich bijvoorbeeld in een hogere sociale klasse dan een klassiek geschoolde Shakespeare-acteur. Toch zal een lid van een groep zichzelf niet snel vergelijken met een lid van een uit-groep. De vergelijking moet relevant zijn voor de situatie.

Er zijn een aantal dingen die opspelen bij het vergelijken van een in-groep met een uit-groep. Leden die hun eigen groep vergelijken met andere groepen hebben de neiging om:

  • Een voorkeur te geven aan hun eigen in-groep boven de uit-groep
  • De verschillen tussen de twee groepen te maximaliseren
  • De perceptie van de verschillen tussen groepsleden onderling minimaliseren. Dit vergroot de cohesie binnen de groep als geheel
  • Meer positieve informatie over hun eigen groep te onthouden en meer negatieve informatie over de uit-groep.

Het behouden van een positieve sociale identiteit

Over het algemeen voelen individuen zich gemotiveerd om een positief gevoel over zichzelf te hebben en om hun zelfrespect te behouden. De investeringen die mensen maken op emotioneel gebied in hun groepslidmaatschappen maken dat hun zelfrespect wordt gekoppeld aan de sociale status van hun specifieke in-groepen. Een positieve evaluatie over iemands in-groepen met relevante buitengroepen resulteert in een positieve sociale identiteit. Als een positieve evaluatie niet mogelijk is, zullen mensen over het algemeen een van de volgende drie strategieën:

Individuele mobiliteit

In het geval van een persoon die zijn of haar eigen groep niet positief beoordeelt, kan diegene proberen de huidige groep te verlaten en lid te worden van een groep met een hogere sociale status. Dit verandert vanzelfsprekend niks aan de identiteit van die groep als geheel, maar de status van het individu kan wel groots veranderen.

Sociaal creativiteit

Leden van een bepaalde sociale groep kunnen de status van hun groep als geheel verbeteren door een element van de vergelijking tussen de twee groepen proberen te veranderen. Dit wordt gedaan door de groepen vanuit een ander perspectief te vergelijken. Een andere optie is om de groep te vergelijken met een andere groep die een lagere sociale status heeft.

Sociale competitiviteit

Leden van sociale groepen kunnen ook proberen de status van hun groep te verbeteren door gezamenlijk aan het verbeteren van hun situatie te werken. In dit geval concurreert een groep rechtsreeks met een andere groep met als doel de sociale posities van de groepen op een of meerdere dimensies om te draaien.

Vriendjespolitiek en discriminatie

Vriendjespolitiek binnen een bepaalde sociale groep discriminatie worden meestal gezien als twee kanten van dezelfde medaille. Uit onderzoek blijkt echter dat dit niet noodzakelijkerwijs het geval is. Er is geen directe relatie tussen de positieve perceptie van iemands groep en de negatieve perceptie van een uit-groep. Vriendjespolitiek staat ook bekend als in-groep bias. Dit is het effect waarbij mensen anderen een voorkeursbehandeling geven omdat zij tot dezelfde sociale groep behoren.

Vriendjespolitiek binnen een sociale groep kan leiden tot negatieve gevolgen zoals vooroordelen en stereotypen, racisme en seksisme. Toch leidt het ook niet altijd tot vijandigheid jegens uit-groepen. Onderzoek toont aan de vriendjespolitiek en discriminatie verschillende verschijnselen zijn, en het een heeft niet altijd iets te maken met het ander.

Identiteitscrisis

Het concept van een identiteitscrisis vindt zijn oorsprong in de onderzoeken van psycholoog Erik Erikson. Hij geloofde dat de identiteitsvorming van een persoon een van de belangrijkste onderdelen uit iemands leven is. Hij geloofde dat vorming en de groei van identiteit niet beperkt was tot de adolescentie. In plaats daarvan is de identiteit iets dat verschuift gedurende een mensenleven. Met name naarmate mensen nieuwe uitdagingen aangaan en nieuwe ervaringen opdoen verschuift de identiteit van het individu.

Erikson geloofde dat de identiteitscrisis een van de belangrijkste conflicten was waarmee mensen geconfronteerd worden. In deze crisis worden intensieve analyses uitgevoerd en wordt opnieuw vastgesteld hoe iemand naar zichzelf kijkt. De identiteit zelf definieerde Erikson als een waarneembare kwaliteit van gelijkheid en continuïteit, gecombineerd met geloof in gelijkheid en continuïteit van een gedeeld wereldbeeld.

In de verschillende psychosociale stadia van ontwikkeling ontstaat een identiteitscrisis meestal in de tienerjaren. In deze jaren worstelen mensen met identiteitsgevoelens en rolverwarring. Een dergelijke crisis ontstaat vooral op punten in het leven waarop grote veranderingen optreden. Hieronder vallen:

  • Een nieuwe relatie beginnen
  • Een beëindigd huwelijk of partnerschap
  • Een traumatische gebeurtenis
  • Het krijgen van een kind
  • Het krijgen van een ziekte of gezondheidstoestand
  • Het verlies van een geliefde
  • Het verlies of begin van een baan

Een identiteitscrisis komt veel voor bij mensen met een psychische aandoening zoals depressie, afhankelijkheid, bipolaire stoornis, borderline stoornis of andere persoonlijkheidsstoornis.

Samenvatting

De sociale identiteitstheorie is een theorie die de omstandigheden beschrijft waaronder de sociale identiteit belangrijker is dan de identiteit van een individu en de verschillende manieren waarop de sociale identiteit groepsgedrag kan beïnvloeden. De theorie, ontwikkeld door Henri Tajfel en John Turner, beschrijft dat een persoon niet slechts een identiteit heeft, maar meerdere identiteiten bezit die zijn geassocieerd met de groepen waarvan hij of zij lid is. Voorbeelden hiervan zijn lidmaatschap van een sportteam en het hebben van vrienden met verschillende culturele achtergronden.

In de sociale identiteitstheorie worden drie verschillende mentale processen beschreven die mensen doormaken wanneer zij hun eigen in-groepen en uit-groepen gaan classificeren. Het eerste proces is categorisering. Categorisering is het proces van mensen die zich organiseren in groepen. Dat doen zij in de eerste plek om de sociale wereld te begrijpen. Het tweede proces is identificatie. Doordat mensen zich sociaal identificeren met een bepaalde groep gaan zij zichzelf op een manier gedragen waarop zij vinden dat alle leden van die specifieke groep zich zouden moeten gedragen. Iemand die zich omschrijft als milieuactivist leeft hiernaar door bijeenkomsten bij te wonen over klimaatverandering, afval te scheiden en te letten op onnodig watergebruik. Het derde proces is sociale vergelijking. Dit is het proces waarin mensen de groep waarvan zij deel uitmaken vergelijken met een andere groep in termen van sociale status en prestige. Om een goed gevoel van eigenwaarde te behouden beschouwen mensen hun eigen in-groep als het hebben van een hogere sociale status dan de uit-groep.

Iedereen heeft de neiging om van nature een positief gevoel over zichzelf te hebben. Dit is belangrijk voor het zelfrespect. Hieronder valt ook het hebben van een positief gevoel over de in-groepen waarvan zij deel uitmaken. Indien een positieve evaluatie niet mogelijk is, zullen mensen over het algemeen een van drie strategieën kiezen. De eerste is individuele mobiliteit. Dit verwijst naar het fenomeen dat mensen hun huidige groep verlaten en inruilen voor een groep met een hogere sociale status.

Ten tweede kunnen zij de status van hun groep als geheel proberen te verbeteren door een element van de vergelijking tussen beide groepen te veranderen. Als laatste is er de mogelijkheid om de status van de groep te verbeteren door gezamenlijk te werken aan het verbeteren van de situatie. In dit geval concurreert een groep direct met een andere groep met als doel de sociale orde aan te passen.

Psycholoog Erik Erikson bedacht de term identiteitscrisis. Hij geloofde dat de identiteitscrisis een van de meest belangrijkste problemen was waarmee mensen te maken krijgen in hun psychosociale ontwikkeling. In de tienerjaren is een persoon meest vatbaar voor een identiteitscrisis. Deze ontstaan voornamelijk op momenten in het leven waarop grote veranderingen optreden zoals het sterven van een geliefde of het beëindigen van een relatie.

Nu is het jouw beurt

Wat denk jij? Herken jij de uitleg over de sociale identiteitstheorie? Herken jij elementen uit deze theorie in het dagelijkse leven? Welke andere factoren zijn volgens jou belangrijk in het ontwikkelen van een sterke sociale identiteit? Heb jij tips of opmerkingen?
Deel jouw kennis en ervaring via het commentaar veld onderaan dit artikel.

Als je het artikel handig of praktisch vond voor jouw eigen kennis, deel dit vooral met jouw netwerk of meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Je kunt ons ook vinden op Facebook, LinkedIn, Twitter en Youtube.

Meer informatie

  1. Abrams, D. E., & Hogg, M. A. (1990). Social identity theory: Constructive and critical advances. Springer-Verlag Publishing.
  2. Hogg, M. A., Terry, D. J., & White, K. M. (1995). A tale of two theories: A critical comparison of identity theory with social identity theory. Social psychology quarterly, 255-269.
  3. Hogg, M. A. (2016). Social identity theory. In Understanding peace and conflict through social identity theory (pp. 3-17). Springer, Cham.
  4. Stets, J. E., & Burke, P. J. (2000). Identity theory and social identity theory. Social psychology quarterly, 224-237.

Citatie voor dit artikel:
Janse, B. (2020). Sociale identiteitstheorie. Retrieved [insert date] from toolshero: https://www.toolshero.nl/psychologie/sociale-identiteitstheorie/

Wilt u linken naar dit artikel, dat kan!
<a href=”https://www.toolshero.nl/psychologie/sociale-identiteitstheorie/”>toolshero: Sociale identiteitstheorie</a>

Interessant artikel?

Geef je waardering of deel het artikel via social media!

Gemiddelde beoordeling 5 / 5. Totaal aantal beoordelingen: 1

Dit artikel is nog niet beoordeeld! Wees de eerste met jouw beoordeling.

We vinden het jammer dat het artikel niet waardevol voor je was

Laat ons dit artikel verbeteren!

Vertel ons wat er beter kan aan het artikel? Wat mis je bijvoooebeeld of wat kan worden aangevuld?

Word lid en ontvang onbeperkt toegang

Door lid te worden van ons learning platform, krijg je onbeperkt toegang tot alle artikelen (1000+), templates, video's en meer!

Tagged:

Geef een reactie