Freud theorie

Sigmund Freud theorie - ToolsHero

In dit artikel wordt Sigmund Freuds’ theorie over de psychoanalytische persoonlijkheidsontwikkeling (Freud theorie) praktisch uitgelegd. Na het lezen zal je de basis begrijpen van deze veelomvattende persoonlijkheidstheorie.

Wat is de Freud theorie?

De psychoanalytische theorie van Sigmund Freud, de Freud theorie, is een theorie over persoonlijkheidsorganisatie, de dynamiek tussen de verschillende stadia van persoonlijkheidsontwikkeling en de impact hiervan op de ontwikkeling op het libido van de mens. De psychoanalytische theorie werd aan het einde van de negentiende eeuw gepubliceerd en heeft sindsdien vele verfijningen en wijzigingen ondergaan. Sigmund Freud werkte eerst aan analyses binnen zijn fysiologische studies, maar staakte deze toen hij zijn aandacht verlegde naar studies over de geest en de bijbehorende attributen die de geest vormen. Zijn studie benadrukt de herkenning en impact van gebeurtenissen in de kindertijd van een mens en hoe deze het functioneren van volwassenen zouden kunnen beïnvloeden. Zijn onderzoeken vormen de basis voor de hedendaagse psychotherapie.

Sigmund Freud wordt hierom beschouwd als de vader van de psychiatrie. Van zijn vele prestaties is de meest vergaande en bekende waarschijnlijk de Freudiaanse persoonlijkheidstheorie. Na zijn dood is de Freud theorie vaak de focus geweest van andere psychoanalisten en werd deze herhaaldelijk aangepast en verschillend geïnterpreteerd. Ondanks de waardering voor de theorie wordt de Freud theorie bekritiseerd door velen zijn en blijft deze door de relevantie, tot aan de dag van vandaag, voer voor stevige discussies.

Persoonlijkheidsstructuur

Volgens de Freud theorie van de psyche is de menselijke persoonlijkheid zeer complex en bestaat deze uit meer dan een component. In zijn theorie heeft hij de persoonlijkheid opgedeeld in drie elementen: de id , het ego en het superego. De id is het primitieve en instinctieve deel van de geest dat seksuele en agressieve drijfveren en verborgen herinneringen bevat. Het superego opereert als een moreel geweten en het ego is het realistische deel dat bemiddeld tussen de verlangens van de id en het superego.

Deze elementen werken samen om complexe menselijke gedragingen te creëren. Ze zorgen individueel niet alleen voor een unieke bijdrage aan de persoonlijkheid, maar werken op elkaar in op een manier die een krachtige invloed heeft op ieder individu. De drie elementen komen op bepaalde momenten in het leven sterker naar voren dan op andere momenten.

Id

De id, het meest primitieve deel van de drie structuren, verwijst naar de irrationele behoeften en eisen van een persoon. Het houdt in geen enkel opzicht rekening met de huidige situatie, maar houdt zich bezig met de onmiddellijke bevrediging van fysieke basisbehoeften en driften. Ziet een persoon een mooie auto voorbij rijden, mocht de persoon van auto’s houden, dan zou de id deze auto alvast eigen maken. Het houdt er dan geen rekening mee dat het illegaal zou zijn om deze auto zomaar toe te eigenen, maar is alleen bezig met het feit dat de persoon deze auto graag zou willen.

Een praktische en mooie kant van de id is dat een baby gaat huilen wanneer het honger heeft. Wanneer de baby eten krijgt wordt de eis van de id bevredigd en stopt de baby met huilen.

Ego

Het ego is, in tegenstelling tot de instinctieve id, het rationele en pragmatische deel van onze persoonlijkheid. Het is minder primitief dan de id en werkt gedeeltelijk bewust en deels onbewust. Het ego ontwikkeld zich en wordt actief wanneer individuen in contact komen met andere mensen. Ego helpt bij de vervulling van de id, rekening houdend met de realiteit van de situatie.

Als dezelfde persoon nog een keer de mooie auto voorbij ziet rijden, bemiddelt het ego tussen de id en het superego en besluit het om nog even door te sparen om zelf de auto te kunnen kopen. Als dat betekent dat iemand nog 10 jaar moet sparen voor de auto, dan is dat het offer dat gebracht moet worden om te voldoen aan het verlangen. Het ego zelf heeft geen besef van goed of fout, het gaat er simpelweg om dat het verlangen wordt bevredigd zonder dat de id of het ego zelf daar onder lijdt.

Superego

Het superego, welke zich ontwikkeld vanaf ongeveer het vijfde levensjaar, is vaak de derde fase die morele beperkingen omvat. Deze morele beperkingen zijn vaak opgelegd door ouders of verzorgenden en staan bekend als het ‘geweten’, of ‘moreel kompas’.

Als de id sterker zou zijn dan de superego, zou de persoon zonder pardon de mooie auto stelen. Daarna zou echter hetzelfde superego ervoor zorgen dat een persoon schaamte zou ervaren en zich schuldig zou voelen over de actie.

Het superego werkt om het menselijk gedrag te perfectioneren en te beschaven. Het zorgt ervoor dat, indien goed ontwikkeld, onaanvaardbare impulsen van de id worden onderdrukt. Het superego is aanwezig in het bewuste, voorbewuste en onbewuste deel van de gedachten.

Ontwikkeling van psychologische stadia en het libido

In de repressieve Victoriaanse samenleving waarvan Freud deel uitmaakte, werd van vrouwen verwacht dat zij hun seksuele behoeften onderdrukten. In veel gevallen leidde dit tot een neurotische afwijking. Freud trachtte de aard en de verschillende vormen van deze ziekten te begrijpen en begon aan zijn studie. Hij wilde begrijpen wat de wensen en verlangens van de patiënten waren, hun ervaringen van liefde, schaamte, haat, schuld, angst en hoe ze met deze emoties omgingen.

Dit leidde tot een van de meest controversiële studies in zijn soort en tot het meest besproken onderdeel van Freuds’ werk. Hij ontdekte een aantal stadia van ontwikkeling waarin de persoon vanaf de geboorte doorheen gaat en een libido ontwikkeld.

De eerste fase van de Freud theorie begint vanaf de geboorte en eindigt ongeveer na het eerste levensjaar. Het kind probeert hier alles uit met zijn mond, het onderdeel van het lichaam wat als eerste ontwikkeld wordt. Als een kind tijdens deze fase hier niet goed in slaagt, en dus ontevreden is, wordt hij volgens Freud later gekenmerkt door pessimisme, achterdocht en sarcasme. De persoon vermindert gevoelens van angst of spanningen door bijvoorbeeld op de uiteinden van pennen te kauwen of overmatig kauwgom te eten.

De tweede fase begint na het eerste levensjaar en duurt ongeveer tot het derde levensjaar. Freud geloofde dat in deze fase de primaire focus van het libido ligt op het beheersen van de blaas en de stoelgang. Daarom is de zindelijkheidstraining tijdens deze fase het belangrijkste onderdeel. Volgens de Freud theorie is succes tijdens dit stadium afhankelijk van de manier waarop de ouders invulling geven aan deze training. Ouders die hun kinderen aanmoedigen en belonen op de juiste momenten zorgen ervoor dat het kind op latere leeftijd zich sneller ontwikkelen tot competente, productieve en creatieve mensen. En zijn echter ook ouders die hun kinderen straffen of belachelijk maken tijdens deze periode. Deze kinderen hebben een grotere kans op een negatieve uitkomsten. Ouders met een te soepele aanpak hebben meer kans dat hun kinderen later een rommelige, verspillende of destructieve persoonlijkheid ontwikkelen. Ouders die te streng zijn of te vroeg beginnen met de training kunnen ervoor zorgen dat hun kinderen streng, ordentelijk, obsessief of rigide worden.

De derde fase vindt plaats tussen het vierde en zesde levensjaar van een kind. Het kind leert hier zichzelf en zijn lichaam kennen. Dit uit zich bijvoorbeeld in het maken van flauwe grapjes. Hoe ouders op dit gedrag reageren heeft grote invloed over de uitkomst van de fixatie hierop.

Tijdens de vierde fase, vanaf het zesde levensjaar tot aan de puberteit, wordt het libido onderdrukt en dus slapend gehouden. Rond deze fase gaan kinderen normaal gesproken naar school en beginnen zij zich zorgen te maken over het maken van vrienden, het vinden van hobby’s en het ontwikkelen van andere interesses. Het superego blijft ontwikkelen in deze fase, terwijl de id onderdrukt wordt.

De laatste fase vindt plaats vanaf de puberteit tot aan de dood en is ook de periode waarin de jong volwassenen vruchtbaar worden. Het begin van de puberteit zorgt ervoor dat het onderdrukte libido opnieuw actief wordt.
Vanaf dit punt, volgens de Freud theorie, is het ego en superego volledig gevormd en functionerend. Jongere kinderen worden geregeerd door de id, directe voldoening eisend van de meest primaire behoeften, terwijl tieners in de genitale fase in staat zijn om basale driften en abnormale eisen in evenwicht te brengen met de realiteit en sociale normen.

Verdedigingsmechanismen

De Freud theorie beschrijft dat het de rol van de ego is om een balans te vinden tussen de veeleisende id en de superego. Gezonde individuen zijn hiertoe prima in staat, maar er zijn gevallen waarbij in de verschillende psychologische ontwikkelingsfases en de ontwikkeling van het libido verstoringen zijn opgetreden. Dit kan resulteren in problemen in de persoonlijkheid. Hoewel dit vergaande gevolgen kan hebben zijn er verschillende mechanismen die ofwel optreden om te beschermen, of negatieve gevolgen zijn van de verstoorde ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn:

Verplaatsing

Wanneer een persoon ruzie gemaakt heeft op zijn of haar werk en gefrustreerd thuiskomt, kan het gebeuren dat deze frustratie geuit wordt op de partner.

Projectie

In een vergaand argument kan een individu ervaren dat hij het argument gaat verliezen en daardoor dom overkomt. Een mogelijke reactie hierop is dat de persoon dan de ander dom noemt, terwijl hij het argument verliest.

Sublimatie

Een agressief persoon weet, bewust of onbewust, dat het niet de bedoeling is om uit het niks mensen te slaan. Sport kan dan een middel zijn om emoties om te zetten in iets constructiefs.

Nu is het jouw beurt

Wat denk jij? Herken jij de uitleg over de persoonlijkheidsontwikkeling van Sigmund Freud? Wat zijn volgens jou factoren die bijdragen aan een gezonde psychologische ontwikkeling? Of wat zijn volgens jou juist zaken die deze kan verstoren? Wat is jouw mening over de Freud theorie?

Deel jouw kennis en ervaring via het commentaar veld onderaan dit artikel.

Als je het artikel handig of praktisch vond voor jouw eigen kennis, deel dit vooral met jouw netwerk aan vrienden en zakenrelaties. Je kunt ons ook vinden op Facebook, LinkedIn, Twitter en Youtube.

Meer informatie

  1. Freud, S., & Bonaparte, P. M. (1954). The origins of psychoanalysis (Vol. 216). London: Imago.
  2. Blum, G. S. (1949). A study of the psychoanalytic theory of psychosexual development. Genetic Psychology Monographs.
  3. Simon, W., & Gagnon, J. (1969). Psychosexual development. Trans-action, 6(5), 9-17.

Citatie voor dit artikel:
Janse, B. (2018). Freud theorie. Retrieved [insert date] from ToolsHero: https://www.toolshero.nl/psychologie/persoonlijkheidstypen/sigmund-freud-theorie/

Wilt u linken naar dit artikel, dat kan!
<a href=”https://www.toolshero.nl/psychologie/persoonlijkheidstypen/sigmund-freud-theorie/”>ToolsHero: Freud theorie</a>

Interessant artikel?
Geef je waardering of deel het artikel via social media!

Freud theorie, 5 / 5 (1 votes)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here