Marxisme

Marxisme / Karl Max theorie - ToolsHero

In dit artikel wordt het Marxisme, ook bekend als de Karl Max theorie praktisch uitgelegd. Na het lezen zal je de basis begrijpen van dit politiek-filosofisch systeem.

Wat is het Marxisme?

Het Marxisme is een politiek-filosofisch systeem gebaseerd op de ideeën van Karl Marx en Friedrich Engels. De grondleggers van het Marxisme, het latere communisme, onderzochten het effect van kapitalisme op de arbeidersklasse en politieke en economische ontwikkelingen. Karl Marx integreerde in zijn theorie de gedachten van verschillende grote denkers die voor hem actief waren. Zijn visie werd onder andere sterk beïnvloed door het dialectische gedachtegoed van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel.

In 1848 publiceerden Marx en Engels het ‘Manifest van de Communistische Partij’, een circa dertig pagina’s tellend pamflet, met daarin een beknopte uiteenzetting van hun denkbeelden. Het pamflet stelden zij op in opdracht van de Bond der Communisten en was het programma van deze politieke partij. Zij beschreven in hoofdstuk 2 van het manifest hoe het kapitalistisch systeem door een proletarische revolutie moest gaan om een socialistisch economisch systeem te vormen. Het Communistisch manifest sloot hij af met de oproep: ‘Arbeiders aller landen, verenigt U’. Later zou het pamflet worden uitgewerkt in ‘Das Kapital’, de uiteindelijke basis voor het Marxisme.

Vooral een duidelijk politiek-filosofisch doel komt naar voren uit de werken van Marx en Engels: het stoppen van de vervreemding die het kapitalisme teweeg brengt door het bevrijden van de onderdrukte klassen in dit systeem.

Arbeidsdeling door industrialisatie en kapitalisme

Ten tijde van de industrialisatie woonde Karl Marx in London en reisde hij veel door Europa. Hij zag een hoogontwikkeld continent waar de spanningen hoog opliepen door sociale ongelijkheid. De sociale ongelijkheid was volgens Marx een gevolg van de komst van arbeidsdeling en bovendien zou daardoor de klassenmaatschappij tot stand zijn gekomen. Door de industrialisatie zag hij een nieuwe klasse ontstaan: de fabrieksarbeidersklasse. Deze arbeiders waren in zijn visie mensen die gereduceerd waren tot productie-eenheid. Nog nooit werden er zoveel producten geproduceerd tegen zulke lagen kosten. Door technische innovaties en arbeidsdeling leverde het werk van de arbeider steeds meer winst op voor de eigenaren. Het verschil tussen de productiekosten en de arbeidskosten noemde Marx meerwaarde. De meerwaarde die de arbeiders creëerden, verdween voor een groot gedeelte in de zakken van de fabriekseigenaren. De arbeiders kregen voor de meerwaarde die zij creëerden, slechts een basisloon betaald.

Uitbuiting en vervreemding

Op economisch en sociaal gebied zag Marx het kapitalisme als een vervloeking voor de samenleving, met name voor de arbeidersklasse. Het verschil in kapitaal tussen arbeider en eigenaar werd steeds groter, waardoor de arbeider relatief steeds armer werd. Terwijl Marx ervan overtuigd was dat arbeid een cruciaal onderdeel was van het sociale leven van een mens, zag hij dat in het kapitalisme arbeid ondergeschikt was aan winst. Hierdoor was arbeid niet langer een cruciaal onderdeel van het arbeidersleven, maar slechts de hoofdreden voor zijn ellende. Het voorheen filosofisch fenomeen vervreemding veranderde hij toen in een sociaal fenomeen. Hij zag dat de arbeiders vervreemd raakten op economisch gebied, zij hadden geen waarde meer, maar ook op politiek en religieus gebied. Volgens Marx waren religies zelf gecreëerd door het volk en werkten deze als een opium voor de arbeiders. Het geloof in God was voor de arbeiders een manier om het ondraaglijke leven draaglijk te maken, maar Marx dacht dat religies zouden verdwijnen in het communisme omdat de arbeiders dan geen houvast meer nodig hadden.

Marx stelde ook dat een waar, een product, een gebruikswaarde en een ruilwaarde heeft. De gebruikswaarde is alleen de waarde die het product heeft voor consumptie zonder de arbeid mee te rekenen. Het verschil tussen de gebruikswaarde en de ruilwaarde, de verkoopprijs, liep zo hoog op door de lage arbeidskosten dat de arbeid niet meer relevant was. Omdat er zoveel meer geproduceerd werd dan voor de industrialisatie, steeg de vervangbaarheid van producten. Daardoor werden producten ook anders gezien door de samenleving. Marx noemde dit het fetisjkarakter. In poëtische termen schreef Marx in het eerste deel van Das Kapital dat hij fetisjen zag ontstaan: een waren- en kapitaalfetisj. Later besloot hij de term uitbuiting te gebruiken. Het tweede en derde deel van Das Kapital zijn na de dood van Marx overigens afgemaakt en gepubliceerd door Friedrich Engels.

De ondergang van democratie en kapitalisme

Met de theorie van Adam Smith, een pionier op het gebied van politieke economie, was Marx het pertinent oneens. Adam Smith was namelijk van mening dat het kapitalistische systeem, met het vrije spel der maatschappelijke krachten, het meeste voordeel zou opleveren voor iedereen. Marx zag echter gebeuren dat het grootste gedeelte van de bevolking aan het kortste eind trok, en was ervan overtuigd dat de toenmalige manier van productie de laatste fase was voordat er een nieuw politiek en economisch systeem zou ontstaan met idealen als absolute vrijheid en gelijkheid; het communisme. Deze visie beschreef Marx in Das Kapital. Hij voorspelde daarin dat het kapitalistisch systeem ineen zou storten en plaats zou maken voor een collectivistische maatschappij. Marx heeft in Das Kapital over de factoren en krachten geschreven die volgens hem daarvoor zouden zorgen.

Ten eerste beschreef Marx hoe de grote ondernemingen de kleinere steeds over zouden nemen. Hij noemde dit de concentratiewet. De grotere bedrijven konden tegen lagere kosten produceren en dus zou de wet van de sterkste bepalen welk bedrijf het langst zou voortbestaan. De oorzaak van dit fenomeen schreef hij toe aan de accumulatiewet: de kapitalisten zouden de ontvangen meerwaarde, de winst, herinvesteren om zo de omvang van de ondernemingen te vergroten. Aangezien het overgrote deel van het kapitaal in handen zou vallen van een klein aantal kapitalisten hadden de arbeiders geen schijn van kans volgens Marx. Omdat de arbeidersklasse, het proletariaat, achter het net bleef vissen, voorzag Marx dat er meer armoede zou ontstaan dan ooit tevoren. Verder voorspelde Marx dat bedrijven blijvend minder winst zouden maken vanwege mechanisering en automatisering. Hij was er namelijk van overtuigd dat arbeid het enige waarde scheppende element uit het productieproces was.

Deze winstdaling zou ervoor zorgen dat bedrijven noodgedwongen de goedkope arbeiders zouden moeten ontslaan, met een sociale ramp als gevolg. Ondanks dat Marx geen crisistheorie heeft ontwikkeld, beschreef hij wel de gevaren van de onderconsumptiecrisis en overconsumptiecrisis, in zijn visie een gevolg van uitbuiting, met alle gevolgen zoals werkloosheid van dien.

Al deze factoren zouden ervoor zorgen dat het kapitalistisch systeem ineen zou storten. Crisissen zouden elkaar steeds sneller opvolgen en de positie van de arbeidersklasse zou blijvend verslechteren. Tot het moment dat de spanning onhoudbaar zou worden. Dan zou het tijd zijn voor een revolutie.

Het ideaal van Karl Marx en de rol van de Staat

Met zijn oproep ‘Arbeiders aller landen, verenigt U’, wilde Marx bereiken dat het proletariaat zich zou organiseren om zich af te zetten tegen het kapitalistische proces van uitbuiting. Deze socialistische beweging, ook wel het dictatorschap van het proletariaat genoemd, zou zich vestigen tot het moment dat het communisme zou worden ingevoerd. Aan het einde van deze revolutie moesten namelijk alle productiemiddelen uit handen van de kapitalisten genomen worden en in gemeenschappelijk bezit komen. Als dat zou gebeuren, zo beschreef Marx, zou het kapitalisme gestopt worden en zou de klassenmaatschappij verdwijnen. Het communistisch systeem dat ingevoerd zou moeten worden na de proletarische revolutie was gebaseerd op opvattingen van Rousseau en de Commune van Parijs uit 1871. Kleine gemeenschappen zouden een delegatie van vertegenwoordigers sturen naar grotere eenheden die op hun beurt een nationale delegatie zouden vormen. Dit systeem staat ook wel bekend als de piramidestructuur van directe democratie, wezenlijk verschillend van de liberale democratie. Deze democratie zou echter geen parlement hebben en kende ook geen scheiding der machten waar de Franse verlichtingsfilosoof Charles de Montesquieu tegen waarschuwde met zijn theorie over de trias politica. Omdat in het communisme iedereen in gelijkheid en vrijheid zou leven, was het volgens Marx niet nodig dat de staat nog invloed zou uitoefenen. Van het afsterven van de staat kwam overigens niet veel terecht.

Ondanks dat er nooit Marxistische landen zijn ontstaan, zijn er wel enige pogingen gedaan om een dergelijk communistisch systeem te realiseren. Deze waren dusdanig anders vormgegeven dat het oorspronkelijke Marxisme hier niet meer in terug te vinden was. Volgens Marx was een proletarische revolutie nodig om de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen te brengen om zo een collectivistische gelijke en vrije staat te vormen. Na de Russische Revolutie van 1917 en de oprichting van de Sovjet-Unie in 1922 bleek echter dat deze revoluties slechts de deur openden voor enkele machtshebbers die een met een socialistisch sausje overgoten dictatuur een onderdrukkend machtsapparaat in stand wilden houden. Voorbeelden hiervan zijn Vladimir Lenin, Joseph Stalin, Fidel Castro en Pol Pot.

Nu is het jouw beurt

Wat denk jij? Deel jij de idealen van Karl Marx, gelijkheid en vrijheid, maar denk je dat deze op een andere manier gerealiseerd kunnen worden? Welke mogelijke voor- en nadelen van het Marxisme zou jij willen delen?

Deel jouw kennis en ervaring via het commentaar veld onderaan dit artikel.

Als je het artikel handig of praktisch vond voor jouw eigen kennis, deel dit vooral met jouw netwerk aan vrienden en zakenrelaties. Je kunt ons ook vinden op Facebook, LinkedIn en Twitter.

Meer informatie

  1. Marx, K., & Engels, F. (2002). The communist manifesto. Penguin.
  2. Marx, K. (1867). Das Kapital: kritik der politischen ökonomie. Germany: Verlag von Otto Meisner, 1885, 1894
  3. Parkin, F. (1983). Marxism and class theory.

Citatie voor dit artikel:
Janse, B. (2018). Marxisme. Retrieved [insert date] from ToolsHero: https://www.toolshero.nl/management-modellen/marxisme/

Wilt u linken naar dit artikel, dat kan!
<a href=”https://www.toolshero.nl/management-modellen/marxisme/>ToolsHero: Marxisme</a>

Interessant artikel?
Geef je waardering of deel het artikel via social media!

Marxisme, 5 / 5 (9 votes)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here