ZBMO model van Shannon en Weaver

ZBMO model van shannon en weaver - Toolshero

In dit artikel worden het ZBMO model van Claude Elwood Shannon en Warren Weaver praktisch uitgelegd. Na het lezen begrijp je de basis van deze krachtige communicatiemodel en kan je je communicatieve vaardigheden verbeteren.

Wat is het ZBMO model?

Het ZBMO model, ook bekend als het Communication Cycle model, is een lineair en eenvoudig communicatiemodel, waarin de relatie tussen zender, boodschap, boodschapdrager(s) en ontvanger schematisch wordt weergegeven. Dit communicatiemodel is ontwikkeld door Claude Elwood Shannon en Warren Weaver.

Communicatie is een zeer complex proces, dat zowel mondeling, schriftelijk als non-verbaal plaatsvindt en waarbij het bericht dat verzonden wordt, in een bepaalde context plaatsvindt.

Zowel de zender als de ontvanger kunnen binnen het model op elkaar reageren, waarbij de zender en de ontvanger elkaar afwisselen. Hierdoor ontstaat een cyclisch proces.

ZBMO model, een communicatiemodel - ToolsHero

Zender, boodschap, medium en ontvanger

Om het ZBMO model als communicatiemodel te snappen is het goed om eerst nader naar alle onderdelen te kijken. Allereerst is er de zender. Deze heeft een expressieve functie. Via taal en/ of lichaamstaal maakt hij iets duidelijk en zendt dat uit. Dat kan informatie zijn, een emotie, zang, dans enzovoorts.

Dat wat hij uitzendt is de boodschap. Dit bericht is bedoeld voor de ontvanger(s). Hoe de ontvanger ermee omgaat en de boodschap interpreteert heet de appellatieve functie.

De boodschap zelf moet gedragen worden door een medium. De zender gebruikt meestal meerder boodschapdragers (media) om tot de ontvanger door te dringen.

Naast de stem voor het gesproken woord gebruikt de zender gebaren, mimiek, houding en intonatie als boodschapdragers. Ook kan hij gebruik maken van ondersteunende media zoals een Powerpoint presentatie, flip-over, muziek of diaprojectie.

(En)coderen en decoderen

Een boodschap wordt op met het ZBMO model verschillende manieren overgebracht; gesproken en geschreven woord (taal), tekens als rook, kleuren en symbolen (semantiek) en lichaamstaal (non-verbale communicatie).

Hoe de boodschap overkomt en hoe het begrepen wordt zijn twee verschillende zaken. Enerzijds hebben we met (en)coderen te maken en anderzijds met decoderen.

Een boodschap moet zo worden uitgezonden, dat die zowel door de zender als door de ontvanger begrepen wordt. De zender maakt daarvoor gebruik van coderen. Dat wat hij in z’n hoofd heeft, zet hij om in begrijpelijke taal, met de intentie dat de ontvanger zal snappen wat hij bedoelt.

Hij kiest daarom zijn woorden zorgvuldig, richt zich op het niveau van z’n ontvanger en probeert zo duidelijk te maken wat hij bedoelt. Het is daarom goed dat een zender zich richt op de doelgroep en zijn boodschap hier zo volledig mogelijk op afstemt.

Anderzijds probeert de ontvanger de boodschap van de zender te ‘kraken’ door middel van decodering. Dat wat hij hoort en ziet, interpreteert hij en zet hij om in gedachten. Aangezien elk mens een eigen en uniek referentiekader heeft, dat bepaald wordt door achtergrond, opleiding, opvoeding, religie, ervaringen, enzovoorts, interpreteert elk individu een boodschap anders.

Hoe duidelijker de zender gecodeerd heeft, hoe zuiverder de boodschap door de ontvanger gedecodeerd kan worden, waardoor er zo min mogelijk misverstanden zullen ontstaan. Deze misverstanden noemen we ruis.

Ruis

Desondanks kunnen er storingen in het ZBMO model plaatsvinden die tot misverstanden leiden. Men praat in dat geval over miscommunicatie. Dergelijke storingen heten binnen communicatie, en dus ook binnen het ZBMO model, ruis. Deze ruis kan intern, binnen het communicatiemodel plaatsvinden, of extern, buiten het communicatiemodel om.

Wanneer de storing expres veroorzaakt wordt, dan is er sprake van intentionele ruis. De interne ruis vindt meestal bij de zender of de ontvanger plaats. Wanneer de zender met interne ruis te maken krijgt, dan lukt het niet goed om op een zuivere manier te coderen.

De zender gebruikt misschien teveel vaktaal (jargon) dat door de ontvanger niet direct begrepen wordt of de zender codeert een boodschap die doorspekt is met vooroordelen en/of eigen meningen. Ook het spreken met een zwaar accent of een hese stem kunnen ervoor zorgen dat de boodschap niet goed overkomt en dus niet goed gecodeerd wordt.

De ontvanger kan ook met interne ruis te maken hebben, waardoor hij niet in staat is goed de boodschap tot zich te nemen en te decoderen. De ontvanger kan er bijvoorbeeld met z’n gedachten niet volledig bij zijn of al een bepaald vooroordeel of een mening hebben dat hem in de weg staat om goed te luisteren. Ook hoofdpijn of vermoeidheid zijn bekende vormen van interne ruis bij de ontvanger.

De externe ruis vindt over het algemeen buiten de zender en de ontvanger plaats. Een slechte telefoonverbinding, een knipperende lamp, een heet examenlokaal of het geluid van heipalen zijn hier voorbeelden van.

Soms is het mogelijk om de externe ruis te verminderen of weg te halen, maar het luikt niet altijd. Het kan ook voorkomen dat ruis expres wordt veroorzaakt, zoals het extra hard zetten van muziek of het zenuwachtig tikken op een tafel. In dat geval gaat het om intentionele ruis.

Feedback

Zodra de ontvanger reageert op wat de ontvanger gezonden heeft, is er sprake van feedback. Wanneer de zender vervolgens reageert op de boodschap van de ontvanger dan heet dit terugkoppeling.

Het grootste deel van de tijd is de feedback die de ontvanger geeft bewust. Maar daarnaast kan het wel degelijk ook zo zijn dat hij onbewust feedback geeft door middel van non-verbale communicatie. Zo kan hij weliswaar door middel van hummen laten weten dat hij de zender heeft gehoord en snapt, maar hoog opgetrokken wenkbrauwen bewijzen het tegendeel.

Vervolgens kan de zender hier met terugkoppeling op reageren door bijvoorbeeld een vraag te stellen (“ik zie dat je het niet helemaal snapt, klopt dat?”) of op een andere wijze het nogmaals uit te leggen (“ik zal het proberen ook op een andere manier te vertellen”).

De reactie van de zender in de vorm van feedback is vaak een combinatie van verbaal en non-verbaal en zorgt ervoor dat een zender de taak heeft hier goed op te letten.

Conventies

Wat voor de een ‘gewoon’ is, is niet altijd voor de ander ‘gewoon’. Dat is cultuurgebonden en elk land, stad of dorp heeft zo z’n eigen conventies. Conventies zijn stille afspraken die we met elkaar maken. Het hangt ook af van de context waarin het plaatsvindt.

Eén zo’n voorbeeld is binnen de context van een warme augustusdag, waarop iedereen naar het strand gaat. Wanneer een vader met z’n zoontje een kuil graaft, vindt niemand dat raar. Ook als het zoontje erin gaat liggen en z’n vader zand over hem heen gooit en alleen zijn hoofd handen en voeten naar buiten steken, kijkt niemand hier van op. We hebben met elkaar ‘stil’ afgesproken dat dit geen probleem is.

Het wordt echter anders, wanneer de context nog steeds die warme augustusdag is, maar tafereel zich in een stadspark afspeelt. Waarschijnlijk staan er bij de eerste schep aarde al heel wat omstanders te kijken en zodra het kind in de kuil gaat liggen, kom hoogstwaarschijnlijk de politie ingrijpen. We hebben met elkaar afgesproken dat dit een gekke situatie is.

Datzelfde geldt voor het strandritueel in de winter te laten plaatsvinden of midden in de nacht. Wanneer conventies niet voor iedereen duidelijk zijn, dan kan dit leiden tot ruis, wat uiteindelijk leidt tot misverstanden en miscommunicatie.

Conclusie

Elke stap in het ZBMO model is essentieel en geen stap kan in principe worden overgeslagen. Door attent te zijn op elk onderdeel, lukt het zowel een zender als een ontvanger effectief te communiceren, elkaar beter te begrijpen en empathischer op elkaar te reageren.

Daarbij opgemerkt dat het van belang is dat zij open staan voor elkaar, vragen stellen, naar elkaars reacties luisteren én kijken en met elkaar meebewegen. Alleen dan kan de kwaliteit van de communicatie continu verbeterd worden.

Het ZBMO model is een functioneel en eenvoudig communicatiemodel om met elkaar te communiceren, maar ook om met publieksgroepen te communiceren. Door vooraf goed te weten wat de boodschap is, hoe dit verwoord gaat worden (coderen), via welke kanalen (media) dit naar de ontvangers gestuurd wordt en welke mogelijke vormen van ruis er kunnen optreden, is een organisatie in staat om zeer doelgericht met haar doelgroepen in gesprek te gaan.

Nu is het jouw beurt

Wat denk jij? In hoeverre herken je het ZBMO model van Shannon en Weaver als communicatiemodel? Herken je de praktische uitleg of heb je aanvullingen? Wat zijn voor jou succesfactoren die bijdragen aan het correct overbrengen van een boodschap in woord of geschrift?

Deel jouw kennis en ervaring via het commentaar veld onderaan dit artikel.

Als je het artikel handig of praktisch vond voor jouw eigen kennis, deel dit vooral met jouw netwerk aan vrienden en zakenrelaties. Je kunt ons ook vinden op Facebook en Twitter.

Meer informatie

  1. Bowman, J. P., & Targowski, A. S. (1987). Modeling the communication process: The map is not the territory. The Journal of Business Communication (1973), 24(4), 21-34.
  2. Mcquail, D. & Windahl, S. (1995). Communication Models for the Study of Mass Communications. Routledge.
  3. Shannon, C.E. & Weaver, W (1971). The Mathematical Theory of Communication. The University of Illinois Press; First Edition (US) First Printing edition (1971).
  4. Wagner, E. D. (1994). In support of a functional definition of interaction. American Journal of Distance Education, 8(2), 6-29.

Citatie voor dit artikel:
Mulder, P. (2017). ZBMO model van Shannon en Weaver. Retrieved [insert date] from ToolsHero: https://www.toolshero.nl/communicatie-modellen/zbmo-model-shannon-weaver/

Wilt u linken naar dit artikel, dat kan!
<a href=”https://www.toolshero.nl/communicatie-modellen/zbmo-model-shannon-weaver/”>ToolsHero: ZBMO model van Shannon en Weaver</a>

Interessant artikel?
Geef je waardering of deel het artikel via social media!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here